Klachten?

Inleiding

  1. Meer dan eens is, onder meer in het overleg met het PKN Team Mobiliteit, de vraag gesteld of er niet een klachtenprocedure zou moeten zijn als een opdrachtgever klachten heeft over het werk dat een lid van In Between heeft afgeleverd. Daarbij zal onderscheiden moeten worden tussen twee situaties. De ene betreft predikanten die op eigen titel interimwerk verrichten, zowel in de PKN als daarbuiten, de andere de PKN predikanten in algemene dienst die uit dien hoofde interimwerk doen. Uiteraard vallen predikanten zonder In Between lidmaatschap buiten de hierna beschreven contouren voor een klachtenprocedure.
  2. In Between is niet verantwoordelijk en niet aansprakelijk voor het werk dat individuele leden van In Between verrichten.

Leden van In Between

  • Het bestuur van In Between is bevoegd maatregelen te nemen tegen leden die de kwaliteit van het interimpredikantschap ernstig bedreigen (zie art. 8 HHR in de bijlage). Het structureel afleveren van interimwerk dat onder de maat is, valt onder deze categorie. Lidmaatschap van In Between draagt immers het karakter van een soort kwaliteitskeurmerk. Het landelijk dienstencentrum van de PKN bijvoorbeeld geeft hen, voor zover ze niet in algemene dienst zijn, voorrang bij het toekennen van interimwerkzaamheden. Bij andere kerkgenootschappen zal met name het gevolgd hebben van de interimopleiding een aanbeveling zijn. Verder heeft In Between een website waarop gecertificeerde interimpredikanten zich aanbieden.
  • Het bestuur van In Between moet in het licht van het voorgaande bereid zijn klachten over In Between in ontvangst te nemen en op passende wijze te bespreken. Mocht het om een PKN predikant in algemene dienst gaan, dan verwijst In Between door naar de leidinggevende van het dienstencentrum (en verklaart het bestuur zich in feite niet ontvankelijk).

PKN predikanten in algemene dienst

  • PKN Predikanten in algemene dienst hebben een arbeidsovereenkomst en staan daarmee in een gezagsverhouding tot de PKN dienstenorganisatie. Klachten over deze predikanten gaan daarmee in eerste instantie naar de dienstenorganisatie, i.c. hun leidinggevende. Deze handelt de klacht af en neemt passende maatregelen. Dit kan in beginsel als uiterste maatregel ook ontslag betekenen. Daarnaast kent de dienstenorganisatie een eigen klachtenregeling.
  • Het voorgaande is van overeenkomstige toepassing op interimpredikanten die op een andere wijze voor het interimwerk dat zij doen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten, al dan niet via een intermediair als het PKN dienstencentrum/PKN Team Mobiliteit.
  • Het zou op zich wenselijk zijn dat verreikende maatregelen van de leidinggevende van de dienstenorganisatie die in een directe relatie staan tot de kwaliteit van het geleverde interimwerk ook bij In Between terecht zouden kunnen komen. Dit zal ten gevolge van privacywetgeving evenwel niet mogelijk zijn. Als een predikant in een dergelijke situatie na ontslag op freelance basis interimwerk gaat verrichten en daarbij onder de maat presteert, is het wel mogelijk dat op termijn klachten bij In Between terecht komen.

Kerkelijke procedures

  • Het voorgaande laat onverlet andere procedures in de kerkgenootschappen waar de interimpredikant lid van is, met name waar het gaat om opzicht/tuchtuitoefening. Dit kan alleen bij ontzetting uit het ambt directe gevolgen hebben voor het lidmaatschap van In Between/BNP. Voorwaarde is dan immers, behoudens enkele eenmalige uitzonderingen voor kerkelijk werkers, het predikantschap. Schorsing voor bepaalde of onbepaalde tijd blokkeert de weg om in het ambt interimwerkzaamheden te verrichten, al lijkt het ook onwenselijk dat buiten het ambt te doen. Afhankelijk van de situatie waar het om gaat en de genomen tuchtmaatregel openbaar is, kan het bestuur van In Between ook op grond van een dergelijke maatregel actie ondernemen, althans voor zover dit In Between schaadt.

Overige procedures

  • Het voorgaande laat eveneens onverlet procedures die voor de burgerlijke rechter gebracht worden. Afhankelijk van de situatie waar het om gaat, kan het bestuur van In Between ook op grond van een dergelijke procedure actie ondernemen, althans voor zover dit In Between schaadt.

Clausule contracten

  1. Interimpredikanten kunnen in voorkomende gevallen bijvoorbeeld de volgende clausule in hun contracten opnemen: ‘De opdrachtnemer is lid van In Between, groep van interimpredikanten binnen de Bond van Nederlandse Predikanten (NBP). Eventuele klachten over de kwaliteit van het geleverde interimwerk kunnen worden ingediend bij het bestuur van In Between dat deze klachten vervolgens beoordeelt. In Between is evenwel niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor het werk dat individuele leden van In Between verrichten.’  

BIJLAGE

  • De leden van de groep verplichten zich tot het volgende:
    • Zij gedragen zich bij de uitoefening van hun interimpredikantschap overeenkomstig de gedragscode die in een bijlage bij dit reglement is gevoegd.
    • Zij betalen ieder jaar bovenop de contributie aan de BNP een bijdrage voor de bekostiging van de werkdagen van de groep. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld op de eerste werkdag van dat kalenderjaar.
    • Zij houden hun kennis en vaardigheden van het interimpredikantschap bij door tenminste actief aan de werkdagen van In Between en aan een met In Between verbonden intervisiegroep deel te nemen.
    • Het bestuur kan in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van de onder 7.3 genoemde verplichtingen.
  • Het bestuur is in de navolgende gevallen bevoegd een lid als lid van de groep te royeren.
    • Indien het lid zich niet houdt aan de in het onder 7. opgesomde verplichtingen.
    • Indien een lid op andere wijze de kwaliteit van het interimpredikantschap ernstig bedreigt en/of het functioneren van de groep ernstig verstoort.
    • Is de ledenvergadering van opvatting dat het gedrag van een van de bestuursleden aanleiding geeft tot royement, dan legt zij dit in handen van een daartoe in te stellen commissie die bestaat uit in totaal drie leden: twee door de ledenvergadering van de groep aan te wijzen personen én de voorzitter van de BNP.

KWdJ/20201117